Guberna

GUBERNA Alumni Sparkles - Loïc De Cannière

04-06-2021

De echte ziel van de economie van impact investeringen ontdekken: mensen tot ontplooiing laten komen dankzij de economische activiteit.

Vandaag stellen we u graag voor aan Loïc De Cannière, Oprichter en Voorzitter van de Raad van Toezicht van Incofin Investment Management.

Hij neemt ons mee in de boeiende wereld van Impact Investment of hoe een economisch principe een zeer sociale overtuiging kan hebben en welke eisen dit aan bestuurders en good governance stelt. Laat u meevoeren in een boeiend betoog van een gepassioneerd en bezield ondernemer.

Loïc De Cannière
Stichter en Voorzitter van de RvT van Incofin Investment Management
www.incofin.com
Tel +32 474 29 15 62
Contact by E-mail

Loic De Canniere

Dag Loïc De Cannière, stichter en Voorzitter van de Raad van Toezicht van Incofin Management. Welkom in de Home of Governance van GUBERNA. Je stond aan de wieg van microfinanciering in België en hebt een wereldwijde groep uitgebouwd, maar Incofin blijft vandaag nog een beetje ‘onbekend is onbemind’. Kan je de groep even voorstellen?

Incofin Investment Management (‘Incofin IM’) is een ontwikkelaar en beheerder van impact investeringsfondsen. Ik ben 20 jaar CEO geweest en neem nu de rol van Voorzitter van de Raad van Toezicht (‘RvT’) van Incofin IM op me.

Met impact bedoelen we: investeringen die bewust een positief sociaal effect beogen ten voordele van mensen onderaan de sociale piramide (“Do good”) eerder dan louter uitsluitingscriteria te hanteren (“Do no harm”).

Wij richten ons bij Incofin IM op financiële inclusie en agri-food & water en bieden drie verschillende oplossingen aan: private equity, private debt én technische assistentie.

Inmiddels beheren we 14 fondsen die 1 miljard euro aan middelen vertegenwoordigen.

We doen dit met een 70-tal medewerkers en hebben een wereldwijd kantorennetwerk (Colombia, Kenya, India; Cambodja).

De investeerders zijn onder andere: Development Finance Institutions (publieke ontwikkelingsbanken), pensioenfondsen, funds of funds, High Net Worth Individuals, family offices en particulieren.

Wat is je persoonlijk curriculum geweest in deze pioniersrol van wat we vandaag ‘zuid-globale social profit’ zouden noemen?

AluSpark LDC

Zoals je weet spreek ik liever over “impact investment” dan over “social profit”. De reden hiervoor is mijn sterke overtuiging dat ondernemerschap en “business solutions” de sleutel zijn om lage-inkomensgroepen in het economisch proces te betrekken (economische inclusie). In 2001 heb ik de overstap gemaakt vanuit de DEME-groep. Ik was daar verantwoordelijk voor Structured Finance, met projecten in Afrika (Nigeria, Ghana, Tunesië) en Azië (Filippijnen, Bangladesh, Taiwan).

De ontwikkelingssamenwerking zoals we die vandaag kennen, heeft begrensde mogelijkheden. Kijk naar Afrika: daar zijn er 20 miljoen nieuwe jobs per jaar nodig. Binnen deze context focussen onze investeringen op lage-inkomensgroepen en op informele economie, die met zijn micro-ondernemingen en KMO’s een onontbeerlijke bron van werkgelegenheidscreatie is.

Het is niet zo gemakkelijk om de impact-investment aanpak bij investeerders te positioneren. We worden nog vaak met ontwikkelingssamenwerking vereenzelvigd.

Daarentegen is het concept microfinanciering ondertussen wel bekender geworden, en ook soms bekritiseerd. Impact-investeringen gaan over meer, een ruimer universum waaronder: landbouw, voeding, water, hernieuwbare energie, gezondheid en onderwijs.

Het is daarnaast geen evidentie om het Noord-Zuid onderwerp in de actualiteit te houden, onder andere omdat het klimaatvraagstuk, dat ook een Noord-Zuid dimensie heeft, zeer overheersend is.

In Europa en Noord-Amerika zijn de publieke ontwikkelingsbanken (onder meer de Europese Investeringsbank, de Duitse ‘Kreditanstalt für Wiederaufbau’ (KfW ) of BIO in België) belangrijke financiers van impact investeringen. Het is mijn ambitie om het grote publiek warm te maken voor impact investeringen als een specifieke eigen asset class en hiervoor niet enkel publiek maar ook privaat geld aan te trekken. Wanneer we kijken naar de uitdagingen in de ontwikkelingslanden is het essentieel privaat kapitaal voor impact investeringen te mobiliseren. De budgettaire beperkingen van de overheden beperken immers de slagkracht van de publieke ontwikkelingsbanken.

De voornaamste uitdaging in de loop der jaren is voor mij geweest: de aspiratie om het businessmodel te doen werken én... nieuwe wegen te bewandelen in een omgeving zonder wegwijzers.

Ik ben blij inmiddels vast te kunnen stellen dat grote ‘mainstream’ asset managers – op vraag van hun klanten - zich ook voor impact investeringen beginnen te interesseren. Sommigen richten gespecialiseerde impact investment teams op. Recent nam de asset manager Schroders een Zwiterse sectorgenoot  van Incofin IM over.

Qua governance is Incofin IM op het eerste gezicht een complexe gegevenheid: allereerst heb je het niveau van de beheerder, daaronder heb je de beheerde fondsen en tenslotte zijn er de Portfoliobedrijven waarin geparticipeerd wordt. Kan je toelichten wat er op elk van die drie niveaus specifiek opvalt qua governance? Ik bedoel: is het evenwicht tussen aandeelhouders – raad van bestuur – management op elk niveau hetzelfde?

We onderscheiden hier inderdaad 3 lagen van governance:

  • Incofin IM is de fondsenbeheerder met een AICB-licentie (alternatieve instelling voor collectieve beleggingen). We hebben de governance onlangs vernieuwd en aangepast.
  • De door Incofin IM beheerde fondsen hebben elk hun governance structuur.
  • De fondsen investeren op hun beurt in Portfoliobedrijven. De governance van deze onderliggende Portfoliobedrijven is cruciaal.

Laat mij dit iets meer verduidelijken:

De AICB Beheerder:

  • Incofin IM is voor 70% in handen van het management. Dat verschaft het team een sterk ownership. Maar de AIFM wet legt strikte kapitaalvereisten op. De groei van het kapitaal moet in verhouding blijven met de groei van de ‘assets under management’. Dit is een uitdaging. 
  • We zijn een NV met duaal bestuursmodel (Raad van Toezicht (‘RvT’) en Directieraad).
  • Aangezien we onze koers uitzetten in een landschap zonder wegwijzers, staat de RvT (met externen buiten mezelf) in om het management uit te dagen (prioriteiten, inhoudelijke strategie, commercieel, operaties, digitalisering) en aan te moedigen. We hebben een internationale RvT met sterke, ervaren figuren.

De fondsen:

  • Daarin onderscheiden we twee types: de fondsen kunnen (i) ‘self-governed’ zijn en over een eigen beslissingsstructuur beschikken of (ii) ze worden bestuurd door Incofin IM als AICB (zoals in onze private equity fondsen)
  • De beslissingsverantwoordelijkheid voor investeringen is in beide gevallen verschillend: In het geval van de ‘self-governed” fondsen is er een eigen afzonderlijk Investeringscomité; in het geval van  de AICB-beheerde fondsen neemt Incofin IM de investeringsbeslissingen.
  • Aangezien we verschillende fondsen beheren, treden mogelijke belangenconflicten tussen fondsen op. Deze vereisen strikte disclosure procedures.

De Portfoliobedrijven:

  • We treden met onze fondsen doorgaans als minderheidsaandeelhouder op.
  • Vaak zijn stichters en promotoren de initiële meerderheidsaandeelhouders en zijn het groeibedrijven.
  • De grote uitdaging is hier om de overgang van een charismatisch gestuurde naar een geprofessionaliseerde management- en governance structuur te maken. Onvermijdelijk leidt de groei van de Portfoliobedrijven naar een gediversifieerde aandeelhoudersstructuur. Ik ben zelf bestuurder bij Finance Trust Bank in Oeganda. Deze microfinancieringsbank werd door de Vrouwenbeweging van Oeganda opgericht om vrouwen met een laag inkomen een betere toegang tot financiële diensten te verschaffen. Wij hebben met Incofin IM de transformatie van deze voormalige NGO naar een volwaardige bank mogelijk gemaakt en het management geprofessionaliseerd.

Ik lees in de verslagen dat er naast de Raad van Bestuur ook vaak een Investeringscomité functioneert: bestaat hier niet het risico van overlapping van bevoegdheden?

Dat kan inderdaad het geval zijn op het niveau van de fondsen voor zover die self-governed zijn. De RvB van het fonds in kwestie stippelt een kader uit voor het Investeringsbeleid (Investment Policy) terwijl het Investeringscomité de beslissingen binnen dit kader neemt.

De voordelen hiervan zijn als volgt:

  • Het externe Investeringscomité treedt op als “challenger” van de investeringsvoorstellen van Incofin IM die niet als eindbeslisser maar als adviseur optreedt.
  • Deze structuur geeft ‘comfort’ aan de investeerders. Investeringsvoorstellen worden kritisch geanalyseerd.

Als mogelijke nadelen zien we dan:

  • Mogelijke meningsverschillen kunnen tussen het Investeringscomité en Incofin IM als adviseur optreden.
  • Het is theoretisch denkbaar dat de leden van het externe Investeringscomité een extreme risico-averte houding aannemen waardoor geen beslissingen meer genomen worden. De ‘alignment’ is dan verstoord. Ik weet dat dit bij sectorgenoten is voorgekomen.

Welke rol speelt ESG (Environmental – Social – Governance) in de structuur op alle niveaus en niet in het minst in de kredietanalyse van de projecten op het terrein?

Elke investering wordt voorafgaand aan een grondige ESG-screening onderworpen, dat wil zeggen:

  • Voor elke individuele investering wordt een “impact thesis” ontwikkeld: we gaan na welke positieve impact we dankzij deze specifieke investering kunnen realiseren. De impact thesis wordt gekwantificeerd: bijvoorbeeld aantal nieuwe jobs, toename van landbouwproductie, toename van inkomen.
  • De ESG performance van het Portfoliobedrijf wordt gescored met een internationaal erkende methodologie. Eenmaal we geïnvesteerd hebben, wordt deze scoring jaarlijks herhaald.
  • Dankzij onze interventiecapaciteit (de Technische Assistentie) kunnen we tekortkomingen van het Portfoliobedrijf bijsturen, bijvoorbeeld op het vlak van milieubewustzijn.
  • We meten periodiek de ‘output’ van onze investering (aantal toegekende micro-kredieten, aantal bereikte vrouwen etc). We leggen ondertussen ook meer nadruk op “outcome measurement”: via enquêtes en statistische meettechnieken proberen we te achterhalen of de welvaart van de eindgebruikers van onze Portfoliobedrijven er op vooruit gegaan is.

We rapporteren onze impact steeds volgens de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen en werken in overeenstemming met de door de Wereldbank Groep ontwikkelde “Operating Principles for Impact Investments”.

In de filosofie van de nieuwe Europese Richtlijn “Sustainable Finance Disclosure Regulation” kwalificeren onze fondsen als “donkergroene” fondsen: de ESG doelstelingen van onze fondsen zijn immers prominent.

Sommige aspecten zoals bijvoorbeeld ons Westers streven naar gender gelijkheid lijken in ‘Zuid-globaal’ een onhaalbare kaart. Klopt dat, Loïc?

AluSpark LDC1

In sommige van onze Portfoliobedrijven staat gendergelijkheid of zelfs positieve discriminatie hoog aangeschreven.

Bij Finance Trust Bank – opgericht door de vrouwenbeweging in Oeganda – betalen vrouwen een lagere intrest dan mannen. Er zijn speciale financiële producten voor vrouwen. En de bankagentschappen hebben een speciale inrichting waar jonge moeders hun jonge baby kunnen verzorgen.

AMK, een andere participatie van Incofin, in Cambodia ontwikkelde een speciaal pensioenproduct voor alleenstaande vrouwen. AMK stimuleert actief gendergelijkheid bij zijn cliënten en personeel.

Bij Incofin tellen we vele jonge mensen. Meer dan de helft zijn vrouwen. De vrouwelijke collega’s ijveren vrij strijdend voor de promotie van gendergelijkheid, ook in onze Portfoliobedrijven.

Vele samenlevingen waarin wij opereren zijn “macho”. Sensibilisering inzake gender is terecht.  

Maar ik zie inderdaad soms de ontzetting in de ogen van de mannen in de lokale omgevingen wanneer je daarover begint. Dat beleefde ik recent nog in Congo.

Hoe doorstaan Incofin en haar partners de COVID-crisis? Ik denk vooral aan de huidige toestand in Indië en het risico op bevoorradingsmoeilijkheden van het vaccin in Afrika?

Het is wel een moeilijk jaar geweest en de problemen zijn nog niet voorbij.  We hebben het meest afgezien in Latijns-Amerika. De economie heeft er erg zwaar geleden met 21 miljoen COVID infecties. Veel meer dan elders.

Onze portefeuille van financiële instellingen in Latijns-Amerika heeft forse write-offs moeten incasseren.

De klanten in onze agro-portefeuille worden met logistieke problemen geconfronteerd: vertragingen in verscheping, moeilijkheid om werknemers te vinden voor de oogst etc.

De Duitse ontwikkelingsbank KfW heeft ons verzocht een speciale COVID-faciliteit van 40 miljoen euro te ontwikkelen (ALF of agri-finance liquidity facility). We hebben deze in een minimum van tijd opgericht. Het is fantastisch dat KfW onze unieke expertise inzake landbouwfinanciering in ontwikkelinsglanden erkent en dat we daarvoor benaderd werden.

Vele landen legden de banken en de microfinancieringsinstellingen een moratorium op. Deze komen in de meeste landen rond deze periode op vervaldag. Pas nu zal duidelijk worden hoe sterk de crisis heeft toegeslagen.

Onze eigen teams hebben nauwelijks kunnen reizen. In Colombia zal ons team pas in 2022 gevaccineerd kunnen worden. Daardoor is ook onze eigen investeringsactiviteit niet gegroeid zoals verwacht.

Dat we in deze omstandigheden een nieuw fonds (IPF) konden oprichten, zuiver met behulp van digitale communicatie op afstand, is een wonder.

Wat zou je vandaag aan jongeren meegeven die vorm willen geven aan ESG in Zuid-globaal?

Impact Investment heeft volgens mij een mooie toekomst voor zich.

Het biedt een antwoord op talrijke uitdagingen van het Zuiden (tewerkstelling, landbouw en voeding, hernieuwbare energie, gezondheidszorg en onderwijs).

Bij Impact Investment krijgen ondernemerschap en creativiteit alle kansen. Het is niet betuttelend: het is een partnership met ondernemers uit het Zuiden die niet als “begunstigden” maar als partners beschouwd worden. Verder doet het geen beroep op publieke begrotingsmiddelen.

Ik zou jongeren aanraden om zelf – al is het tijdelijk – ervaring te gaan opdoen in impact ondernemingen op het terrein. Het zal hen een ware “global vision” geven. En hen toelaten de echte ziel van de economie te ontdekken: mensen tot ontplooiing laten komen dankzij de economische activiteit.

Over de interviewer

This interview has been realised by Hubert De Peuter
Senior Account Manager KBC Real Estate, KBC Groep
Mobile 0477/34.92.66
Contact by E-mail

Hubert De Peuter

Background information

Incofin Investment Management is een Belgische onderneming die impact-fondsen opricht, ontwikkelt en beheert. Impact-fondsen investeren in ondernemingen die een relevante sociale impact tot stand brengen voor lage inkomensgroepen en tegelijkertijd een financiële return opleveren. Impact-investeerders hechten belang aan het samengaan van sociale impact en financiële return, ook al is het risico van deze investeringen aanzienlijk. Incofin IM beschikt over een AICB-licentie van de FSMA. Met dit Europese ‘paspoort’ kan Incofin IM zijn fondsen in Europa verdelen.

De impact-fondsen van Incofin investeren in minder ontwikkelde landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. In deze regio’s beschikt Incofin over eigen lokale teams (namelijk in Colombia, Kenya, India, Cambodja). Incofin richt zich op investeringen in bedrijven in twee sectoren:

  1. financiële inclusie vooral in rurale gebieden (microfinancieringsinstellingen, kleine financiële instellingen voor kleine ondernemingen) en
  2. bedrijven in de landbouw- en voedingsketen.

Bij elke investering wordt vooraf onderzocht hoe deze bedrijven een maximale impact tot stand kunnen brengen voor micro- en kleine ondernemingen en kleine landbouwers en hoe de impact verbeterd kan worden met de steun van Incofin. De impact van de investeringen van Incofin wordt permanent gemeten en hierover wordt periodiek gerapporteerd aan de investeerders van de impact-fondsen. Incofin streeft naar een versterking van het economische weefsel in deze sectoren omdat ze tot meer sociaaleconomische weerbaarheid voor de lage-inkomensgroepen leidt.

Incofin heeft ondertussen 20 jaar ervaring en is tot één van de grotere impact-investeerders uitgegroeid. Incofin IM beheert 14 fondsen die gezamenlijk een portefeuille van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. De fondsen investeren in ‘private equity’ en in ‘private debt’.

De investeerders in de fondsen van Incofin bestaan uit publieke ontwikkelingsbanken, zoals IFC/Wereldbank Groep, de Europese Investeringsbank, Kreditanstalt für Wiederaufbau, AFD groep, FMO), internationale pensioenfondsen en dakfondsen, asset managers, banken, family offices en particulieren.    

Deelnemen aan GUBERNA Alumni Sparkles?

GUBERNA wil een echte gemeenschap zijn waarin elk lid zijn/haar rol van bestuurder in de beste omstandigheden kan uitvoeren. Om de uitwisseling van ervaringen en informatie te stimuleren, hebben de GUBERNA Alumni deze interview reeks opgestart in september 2020. Doel: onze leden inspireren via de verhalen van ervaren bestuurders.

Graag nodigen we de GUBERNA Alumni uit om onderwerpen en te interviewen personen aan te reiken. In 2022 leggen we de klemtoon op de volgende onderwerpen:

  • Hoe kan de raad van bestuur bijdragen aan een beter klimaat?

  • Van een factchecking naar een proces gestuurd risicobeheer onder toezicht van de raad van bestuur?

  • De rol van de voorzitter van de raad van bestuur in de digitale transformatie.

  • Hoe kan u uw bedrijf versterken om te groeien door overnames en partnerships en uw corporate governance op orde krijgen?

  • De jonge generatie bestuursleden.

Wil u deelnemen aan GUBERNA Alumni Sparkles of heeft u suggesties rond gesprekspartners en onderwerpen? Stuur dan een mailtje naar Danny Vandevyver.