De keuzes die we maken: duurzaamheidsrapportage onder Omnibus
Governance betekent keuzes maken. Keuzes die een bedrijf in staat stellen zich soepel voort te bewegen in een voortdurend veranderende omgeving. In november 2025 vierde GUBERNA de ondernemingen die hun keuze maakten en werden geselecteerd voor de Belgian Awards voor duurzaamheidsrapportage.
Zoals elke innovatie vraagt duurzaamheidsrapportage om pioniersgeest en de bereidheid om een stap extra te zetten. Zoals GUBERNA blijft benadrukken, is duurzaamheidsrapportage geen doel op zich, maar een middel om een ruimer doel te dienen: duurzame waardecreatie. Sinds 2019 stelt de Belgische Corporate Governance Code, of Code 2020, dit doel centraal als leidend principe voor raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen en als aanbeveling voor elke ondernemingsactiviteit in het land.
De verschuiving naar duurzame waardecreatie is ontstaan in een bredere mondiale context. Sinds het begin van de jaren 2000 zien we een duidelijke internationale trend om milieu- en sociale agenda’s te integreren in de bedrijfsrealiteit, waarbij soft law-instrumenten de beweging vooruit stuwen. Sinds 2020 heeft Europa dit proces versneld en een voortrekkersrol opgenomen. Met de Green Deal wilde het een nieuw kader, en dus nieuwe kansen creëren. Het wilde ervoor zorgen dat economische groei milieuvriendelijk is en hand in hand gaat met het welzijn van werknemers.
EU-brede initiatieven kunnen echter traag verlopen, terwijl de wereld blijft veranderen. Europa is daarom op zoek gegaan naar manieren om zijn concurrentievermogen te versterken, en de zoektocht naar minder administratieve lasten begon met een radicale vermindering van 90% van de reikwijdte van duurzaamheidsrapportage*.
Deze verschuiving nam voor de meerderheid van de ondernemingen het nalevingsaspect van duurzaamheidsrapportage weg en gaf tegelijk de koplopers een duw vooruit. Denk erover na: als rapportage enkel gebeurt om wettelijke verplichtingen na te komen, blijft het een formele afvinkoefening en kan het als administratieve last worden beschouwd. Als we het daarentegen als een bedrijfsinstrument zien, kunnen we nieuwe kansen ontdekken en benutten die het blootlegt.
Welke kansen zijn dat?
Ten eerste helpt rapportage bij het omgaan met toenemende risico’s. Technologische verstoringen, sociale onrust en geopolitieke druk, de aard van de risico’s waarmee ondernemingen worden geconfronteerd verandert; hun aantal blijft groeien; en ze moeten proactief worden aangepakt.
Ten tweede helpt rapportage bij het grijpen van opkomende groeikansen. Elke verandering opent nieuwe markten. Momenteel leidt China de wereldwijde race voor schone energie. De Chinese investeringen in schone energie bedroegen in 2024 meer dan 625 miljard USD, goed voor 30% van de wereldwijde investeringen, ongeveer 10% meer dan de EU (18%) en de VS (19%). Bovendien heeft China een proefproject voor duurzaamheidsrapportage gelanceerd**.
Daarnaast helpt rapportage bij het identificeren van bestaande afhankelijkheden en het vormgeven van nieuwe kansen die daaruit voortvloeien. Met andere woorden, het stimuleert ons om buiten het kader van “business as usual” te denken.
Tot slot, wanneer duurzaamheid een integraal onderdeel wordt van de bedrijfsstrategie, wordt rapportage eveneens een integraal onderdeel van de strategievorming.
De Chinese investeringen in schone energie zijn sinds 2015 bijna verdubbeld. Terwijl de aanwezigheid van de Aziatische supermacht vroeger vooral voelbaar was in ASEAN-landen, breidt ze zich nu ook snel uit naar Afrika en Latijns-Amerika.
Waarom? Om de kansen van de onvermijdelijke overgang naar schone energie te grijpen. Zoals een recente analyse van de LSE aangeeft, zoeken Chinese investeerders toegang tot de markten van gastlanden, tot markten van derde landen, of willen ze zich verzekeren van toegang tot grondstoffen.
De BAS Award heeft schitterende voorbeelden samengebracht van een doeltreffende beheersing van duurzaamheidsrapportage. 88% van de Belgische ondernemingen rapporteerde al over duurzaamheid vóór Omnibus. Dat betekent dat Belgische bedrijven de oorspronkelijke CSRD-vereisten goed hebben weten te integreren in hun rapportageprocessen zie hiervoor de resultaten van de KPMG-studie. Ondernemingen hebben aanzienlijk geïnvesteerd in het verkennen van dit nieuwe instrument, in het herbekijken van hun eigen werking vanuit een nieuw perspectief en in het delen van hun bevindingen met een brede kring van stakeholders. Zo werd het gebruik van rapportage als instrument uitgebreid in België, in Europa en wereldwijd.
De Belgische rapporten uit de eerste golf tonen aan dat ondernemingen de oefening ernstig hebben genomen, er middelen in hebben geïnvesteerd en daar de vruchten van plukken. Een van de belangrijkste lessen is dat rapportage heeft geholpen om het hele bedrijf te mobiliseren. Door hun bestaande processen, mogelijke kwetsbaarheden en nieuwe opportuniteiten grondig te herbekijken, herdefiniëren ondernemingen hun zelfbeeld en zetten ze stappen richting het hertekenen van hun businessmodellen.
Twee belangrijke afsluitende punten:
Ten eerste hangt rapportage af van de kwaliteit van de input: wanneer we erin investeren, begint de datamassa te werken voor haar gebruikers én voor de bredere gemeenschap, tot op het niveau van het hele ecosysteem. Dit gebeurt via het vastleggen van benchmarks, het mogelijk maken van doeltreffende vergelijkingen en het vormgeven van nieuwe bedrijfsbenaderingen — en dus van de toekomst.
Ten tweede wordt rapportage een onderdeel van strategische besluitvorming: het voorziet strategie van instrumenten en data die cruciaal zijn in turbulente periodes van grote onzekerheid, zoals die waar we ons vandaag allemaal in bevinden.