GUBERNA Summer School 2026: Leading Governance in Times of Resource Scarcity and Geopolitical Complexity
Op 24 juni 2026 bracht GUBERNA bestuursleden, governance-experts en bedrijfsleiders samen in Brussel voor haar jaarlijkse Summer School, een van de vaste hoogtepunten van het GUBERNA-programma voor permanente educatie. Het thema van dit jaar, 'Leading governance in times of resource scarcity and geopolitical complexity', zette de toon voor een dag vol scherpe analyses, levendige debatten en persoonlijke reflectie.
Het programma bood van het netwerkontbijt tot de afsluitende receptie volop ruimte voor uitwisseling, met tussendoor een lunchbezoek aan het markante, zwevende gebouw van Royale Belge. Door de dag heen kwamen twee rode draden samen: het heroverwegen van de strategische relatie tussen economieën en besturen enerzijds en schaarste aan middelen anderzijds, en hoe leiders een gezond oordeelsvermogen ontwikkelen wanneer data en zekerheid niet langer volstaan.
Een veranderende mondiale context
De dag startte met een keynote van Dr. Janez Potočnik, Co-voorzitter van het UNEP International Resource Panel en Partner bij SYSTEMIQ. Hij schetste de centrale spanning van de dag door te wijzen op een fundamentele verschuiving: niet kapitaal of arbeid, maar natuurlijke hulpbronnen en de opnamecapaciteit van onze ecosystemen zijn de beperkende factoren geworden voor economische ontwikkeling en menselijk welzijn. In een wereld die getekend wordt door klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, kritieke veranderingen in de systemen van de aarde en geopolitieke spanningen, worden bedrijven geconfronteerd met meerdere, onderling verbonden crises tegelijk.
Potočnik benadrukte de kloof tussen lange-termijnbewustzijn en korte-termijnactie: we kennen de risico’s, maar blijven handelen volgens een korte-termijnlogica. Hij verwees ook naar confronterende cijfers: hoge-inkomenslanden verbruiken ongeveer zes keer meer materialen per capita voor hun basisvoorzieningen (zoals de gebouwde omgeving, mobiliteit, energie en voeding) én veroorzaken ongeveer tien keer zoveel klimaatimpact in vergelijking met lage-inkomstlanden.
Het antwoord ligt volgens Potočnik in de circulaire economie, niet als technische oplossing, maar als een systemische transformatie. Dit houdt in: het ontkoppelen van grondstoffengebruik van economische activiteit en menselijk welzijn, en dit gebruik via basisvoorzieningen specifiek richten op menselijke behoeften. Organisaties moeten zich niet rond producten organiseren, maar rond menselijke behoeften: we hebben geen auto’s nodig, maar behoefte aan mobiliteit. Recyclage alleen volstaat niet als de vraag blijft groeien. Het verkleinen van de materiaalvoetafdruk en het afstemmen van economische systemen op planetaire grenzen vereist een fundamentele verschuiving in governance, incentives en denkkaders.
Aansluitend vertaalde Yannick Adriaenssens, Executive Director van Out of Use, deze analyse naar de bestuurskamer: waarom blijft duurzaamheid moeilijk ingang vinden bij bestuurders? Als oorzaken wees hij op een financiële focus op de korte termijn, het ontbreken van een duidelijke businesscase en strijdige strategische prioriteiten. Bestuurders moeten duurzaamheid volgens hem omzetten in tastbare en meetbare resultaten, en het niet benaderen als een geloofskwestie.
Van diagnose naar richting: de Europese beleidskompas
Na de koffiepauze volgde een tweede sessie met Potočnik, waarin hij het perspectief verbreedde naar het Europese beleidsniveau. Hij schetste de EU-agenda voor de circulaire economie en was duidelijk over de huidige stand van het debat: bedrijven hebben geen deregulering nodig, maar voorspelbaarheid, financiële ondersteuning en echte vereenvoudiging. De discussie met het publiek bevestigde de onderliggende spanning: vereenvoudiging is allesbehalve eenvoudig.
"If we want to avoid extinction of elephants in nature … we must extinct elephants in our rooms."
Een terugkerend thema was dat Europa moet evolueren van een kwantitatieve naar een kwalitatieve benadering van duurzaamheid, waarbij circulariteit wordt gekoppeld aan welzijn in plaats van doelstellingen op zich. Ook moet er meer aandacht gaan naar de vraagzijde, inclusief hoe consumenten en producenten worden gestimuleerd tot overconsumptie. Potočnik presenteerde een “system change compass” als richtinggevend kader voor beleid en raden van bestuur.
Met zijn pleidooi voor een verschuiving van downstream- naar upstreambeleid benadrukte hij hoezeer de focus van beleid en bedrijfsleven nog steeds geconcentreerd is op recyclage en terugwinning van afval. Ongeveer 43% van de sectorale CE-strategieën richt zich uitsluitend op de end-of-life-fase. Upstream-strategieën met een hogere impact (zoals Refuse, Rethink, Reduce) blijven onderontwikkeld. Efficiëntiewinsten worden bovendien vaak tenietgedaan door rebound-effecten en een stijgende consumptie.
Volgens Janez Potočnik liggen de belangrijkste blinde vlekken die ons verhinderen om sneller te schakelen en verder te gaan in:
Een gebrek aan een holistische systeembenadering;
Een gebrek aan perspectief op drijfveren en drukfactoren (met name op het gebied van het gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen);
Een gebrek aan focus op de vraagzijde, waardoor een belangrijk potentieel aan oplossingen onbenut blijft.
Om de omslag te maken naar een systemisch pad richting welzijn (Systemic Path to Wellbeing), deelde Potočnik een 'kompas voor systeemverandering' (System Change Compass) met leidende principes voor waar beleid én besturen zich vervolgens op zouden moeten richten: het vervullen van menselijke behoeften met respect voor de planetaire grenzen. Ondersteund door concrete vertalingen naar meer dan vijftig opkomende industriële investeringskansen op basis van deze kompasrichtingen, illustreerde hij tot slot wat beleidsoriëntaties op ecosysteemniveau kunnen bieden voor bijvoorbeeld intermodale mobiliteit.
Adriaenssens sloot de voormiddag af met reflecties over regelgeving: Belgische raden van bestuur hebben volgens hem nood aan een echte en effectieve interne EU-markt, minder administratieve lasten via vereenvoudiging (niet deregulering), en een mentaliteitswijziging van risicomijdend naar opportuniteitsgericht denken.
De EU is zo sterk als haar onderlinge samenwerking. De interne markt blijft de grootste collectieve prestatie van de Unie, maar is nog altijd onvoltooid en heeft haar volledige potentieel nog lang niet benut.
Besluitvorming in complexe omgevingen
In de namiddag nodigde Victoria Pellé Reimers, oprichter van Intuition Open Source en expert in intuïtieve intelligentie binnen complexe omgevingen met grote belangen, ons uit om besluitvorming vanuit een andere hoek te bekijken, waarbij ze belichtte hoe we zowel rationeel als intuïtief zijn.
Ze richtte zich eerst op besluitvorming onder onzekerheid door scherp te stellen op wat we vaak over het hoofd zien. Ze herinnerde ons eraan dat een complexe beslissing gepaard gaat met meerdere factoren, die elk onderhevig zijn aan verschillende scenario's. Daarom is het noodzakelijk om eerst vast te stellen wat de kern van de betrokken belangen definieert. Louter vertrouwen op data of rationeel denken is immers vaak niet genoeg, of soms zelfs onmogelijk.
In onvoorspelbare omgevingen, en wanneer een proces niet perfect herhaalbaar is, vormt intuïtie een noodzakelijke aanvulling op rationele analyse. Wat niet rationeel is, kan wel worden beschreven, maar is lastig uit te leggen. De sleutelvraag voor bestuursleden is daarom hoe we dit kunnen communiceren en deelbaar maken. Om tot oplossingen te komen en actie te ondernemen, zijn aanvullende interpersoonlijke en diplomatieke vaardigheden nodig; deze helpen om typische valkuilen zoals vertraagde besluitvorming, slepende processen en reactieve impasses te voorkomen.
Wees dus rationeel: luister naar je intuïtie! :) En houd in gedachten dat intuïtie je vaak verrast, terwijl vooroordelen (biases) dat nooit doen. En ook: perceptie is geen mening.
Aan de hand van een tool met drie vragen ("Wat zegt mijn intuïtie me? Wat zijn de risico's als ik ernaar luister? Wat gebeurt er als ik er níét naar luister?") liet Victoria Pellé Reimers zien dat menselijke intelligentie op twee benen staat: intuïtie en ratio. Intuïtie kan echter pas naar boven komen als er aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan:
Een duidelijke intentie;
Een gegrond vertrouwen;
Een heldere, scherpe aandacht;
Een gevoede ervaring.
Deze tool helpt om onze vooroordelen te overwinnen, evenals de onbewuste strategieën waarmee we de realiteit soms uit de weg gaan. Dit baant tegelijkertijd de weg voor een andere benadering van risico's. Of zoals een van de deelnemers het verwoordde: "Als ik mijn intuïtie volg, neem ik een persoonlijk risico; als ik dat niet doe, is het misschien een collectief risico voor het hele bedrijf!"
De tweede helft van de namiddag stond in het teken van de praktische toepassing van oordeelsvorming onder druk. Tijdens interactieve workshops gingen de deelnemers aan de slag met waargebeurde, complexe situaties uit hun eigen praktijk. De afsluitende discussies en het onderling delen van ervaringen onderstreepten nogmaals het belang van effectieve collectieve intelligentie en diverse perspectieven bij besluitvorming op bestuursniveau. Een complementaire, diepgaande diversiteit binnen de raad van bestuur bewijst hierin een absolute toegevoegde waarde te zijn.
Key takeaways
De Summer School 2026 maakte één punt duidelijk: governance moet evolueren in een wereld van schaarste, onzekerheid en onderlinge afhankelijkheid. Raden van bestuur worden uitgedaagd om:
Een systemisch perspectief aan te nemen, met oog voor de bredere context achter elke beslissing;
Het oordeelsvermogen te versterken, door korte-termijndruk te balanceren met lange-termijnimpact, ook in onzekere omstandigheden;
Duurzaamheid te integreren in de strategie, niet als een beperking maar als een opportuniteit;
Collectieve intelligentie te benutten, met aandacht voor diepgaande diversiteit in perspectieven;
Waarden, wetenschap en governance op elkaar af te stemmen om complexiteit op een verantwoordelijke manier te navigeren.
Zoals een spreker het verwoordde: sterke geesten discussiëren ideeën, zwakke geesten discussiëren mensen. Deze Summer School bracht sterke geesten samen en onderstreepte dat effectieve governance vraagt om proactief leiderschap met een duidelijke koers.