Reflectie over EU-regelgeving en de tijdigheid van goed geïnformeerde beleidsbeslissingen
De Europese Commissie presenteerde haar plan om de EU-wetgeving te moderniseren, "zodat wetten duidelijker, eenvoudiger en efficiënter gehandhaafd worden, gebaseerd zijn op solide onderbouwing en beter aansluiten bij de behoeften van burgers en bedrijven". Dit initiatief gaat samen met de onlangs gelanceerde roadmap 'One Europe, One Market', die gericht is op het versterken van het Europees concurrentievermogen, ook via wetgevende voorstellen.
GUBERNA verwelkomt deze volgende stap en wil ervoor zorgen dat het herziene wetgevingsproces rekening houdt met eerder opgedane lessen, namelijk hoe belangrijk het is om:
de brede expertgemeenschap te betrekken bij de besluitvorming,
gedeelde standaarden vast te stellen voordat regulering wordt ingevoerd,
zelfregulering te stimuleren door opkomende bottom-uppraktijken te integreren in regelgeving.
De ambitie om de Europese wetgeving grondig te herzien werd al in november 2024 geformuleerd, toen de Boedapestverklaring over het Nieuwe Competitiviteitspact werd ondertekend. De EU-leiders kondigden toen een "vereenvoudigingsrevolutie" aan en vroegen "concrete voorstellen om rapportageverplichtingen met minstens 25% te verminderen", in te dienen in het eerste halfjaar van 2025.
Sindsdien werd de Sustainability Omnibus in februari 2025 gelanceerd, wat brede discussies uitlokte, gevolgd door verscheidene andere vereenvoudigingsinitiatieven en een reeks geplande verdere herzieningen.
In deze publicatie brengt GUBERNA de redenen samen waarom deze herzieningen noodzakelijk zijn geworden, en stelt het concrete stappen voor op basis van eerder opgedane lessen.
Alleen spelen: de expertgemeenschap uitsluiten van besluitvorming
Hij die niet genoeg vertrouwt, zal niet vertrouwd worden – Lao Tzu
GUBERNA wees al in 2020 op het exclusieve karakter van consultaties. De Europese Commissie (DG Justitie en Consumenten) gaf de "Study on directors' duties and sustainable corporate governance" uit aan EY. Het resulterende rapport werd door governance-professionals breed bekritiseerd. GUBERNA uitte haar bezorgdheid niet alleen over de simplistische weergave van het corporate governance-landschap, maar ook over de methodologie van de studie en de gebruikte data ter ondersteuning van de verstrekkende conclusies.
Het gekozen theoretisch model was willekeurig, evenals de geselecteerde statistische indicatoren. Die laatste ondersteunden de hoofdconclusie van het rapport, maar gaven geen volledig beeld van een situatie die objectief complex was en daarmee een zorgvuldige en gedetailleerde analyse vereiste. Bovendien riepen zowel de steekproefprocedure als de steekproefomvang vragen op, gezien de verwachte impact van de studie.
Het voornaamste punt van kritiek betrof echter de kernboodschap van het rapport. Het schetste een vertekend, eerder negatief beeld van de bestaande corporate governance (CG)-praktijken. Met name de duurzaamheidsinspanningen en initiatieven van vele bedrijven werden genegeerd. Zo’n aanpak was contraproductief voor de gezamenlijke inspanning die nodig was voor een succesvolle transitie naar een duurzame economie, een van de kernprioriteiten van de EU.
Bovendien richtte de studie zich uitsluitend op klassieke regulatoire beleidsopties. Beleidsopties als zelfregulering, in het bijzonder in de vorm van corporate governance-codes, werden buiten beschouwing gelaten. Die codes waren een wijdverbreide CG-praktijk, waarvan de effectiviteit bij het bevorderen van waardecreatie op lange termijn algemeen erkend was.
GUBERNA waarschuwde toen voor het risico van regulatoire overdaad met duidelijk negatieve gevolgen voor alle betrokken partijen. Enerzijds heeft het bedrijfsleven nood aan een stabiel en helder regelgevend kader als leidraad. Anderzijds, wanneer regulering buitensporig wordt, bevordert ze een formalistische houding, met name afvinken, en dient ze haar oorspronkelijke bedoelingen niet meer.
GUBERNA is van mening dat de initiële drang naar meer regulering het gevolg was van het uitsluiten van de professionele gemeenschap uit het besluitvormingsproces. Het EY-rapport van 2020 gooide de eerste steen in het vijvertje van samenwerking tussen regulatoren en het bedrijfsleven.
De duimschroeven aandraaien: een rechter roepen voordat de regels zijn vastgesteld
Haast je langzaam – Benjamin Franklin
Een andere ingrijpende episode voor GUBERNA was de zekerheid van duurzaamheidsrapportage in 2022. GUBERNA reageerde onmiddellijk op het initiatief, met de kanttekening dat gemeenschappelijke standaarden en een duidelijke methodologie de organisatie en voorbereiding van rapportage door bedrijven zouden hebben vergemakkelijkt, en een consistente interpretatie door lezers van de rapporten mogelijk hadden gemaakt.
Een van de vereisten van de Non-Financial Reporting Directive (NFRD) was de controle door de wettelijke auditor of de gevraagde niet-financiële informatie verstrekt was (artikel 19(a), lid 52). Bovendien hadden lidstaten bij de omzetting van de NFRD in nationale wetgeving de optie om bedrijven te verplichten hun niet-financiële informatie te laten verifiëren door een onafhankelijke aanbieder van assurance-diensten (artikel 19(a), lid 63). Daarmee werden derde partijen in het spel gebracht, wat extra kosten voor bedrijven impliceerde.
GUBERNA had kritiek waargenomen op assurance-verleners vanwege ethische kwesties in hun bedrijfsvoering: commercialisme bij duurzaamheidsassurance, de symbolische aard van het verificatieproces, de onderlinge afhankelijkheid tussen assurance- en adviesdiensten, en de vertrouwdheid met klanten.
De toepassing van de door de NFRD voorgestelde rapportagestandaarden onthulde inconsistenties, waaronder een gebrek aan vergelijkbaarheid, betrouwbaarheid en relevantie van de verstrekte niet-financiële informatie. Met de lancering van de European Green Deal werd de NFRD grondig herzien, wat resulteerde in de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD vereiste dat een onafhankelijke en gecertificeerde auditor of dienstverlener beperkte zekerheid verstrekt over de gemelde duurzaamheidsinformatie van een bedrijf. Met andere woorden: de verplichting om de gerapporteerde informatie extern te verifiëren werd aangescherpt.
Tegelijkertijd waren de standaarden voor niet-financiële rapportage nog niet vastgesteld, wat betekende dat noch bedrijven noch assurance-verleners in staat waren te garanderen dat de duurzaamheidsrapportage geloofwaardig en betrouwbaar was. Beide partijen hadden tijd en experimentation nodig om de vereiste praktijken te ontwikkelen. Gezien het innovatieve karakter van de gevraagde informatie was dat geen gemakkelijke opgave.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel assurance-verklaringen dezelfde informatie over een beperkt aantal conventionele items bekendmaakten en grotendeels los stonden van wezenlijke duurzaamheidsvraagstukken en stakeholderbelangen. Met andere woorden: de rapportage bleek formalistisch van aard. Regulering dwong bedrijven echter te rapporteren, en zij zochten externe ondersteuning om te voldoen aan de vereisten.
Als gevolg hiervan werden deze rapportage- en assurance-maatregelen, die bedoeld waren om benchmarks voor duurzaamheidsrisico’s en kwetsbaarheden te identificeren:
te snel gelanceerd,
en resulteerden in massale klachten over overdreven regulering en de hoge kosten ervan.
GUBERNA blijft erop wijzen dat het uitvaardigen van regelgeving voordat gedeelde standaarden zijn vastgesteld, lijkt op de kar voor het paard spannen. Dergelijke praktijken verminderen de acceptatie van innovatie en de algehele bereidheid tot samenwerking. Dit geldt des te meer wanneer bijkomende partijen en dus bijkomende kosten worden opgelegd, waardoor een al onduidelijke situatie verder bemoeilijkt wordt, zoals het geval was bij de assurance van duurzaamheidsrapportage.
Mensen aan boord nemen: ideeën voor de volgende stappen
Als je snel wilt gaan, ga dan alleen. Als je ver wilt gaan, ga dan samen – Afrikaans spreekwoord
De omvangrijke wetgevende herziening die voor de nabije toekomst gepland is, biedt enorme kansen voor het integreren van de opgedane lessen in het vernieuwde EU-rechtskader.
Er bestaat brede consensus: ineffectieve besluitvormingspraktijken kosten tijd, inspanningen en middelen. Het meest cruciale risico is echter het verlies van vertrouwen in de agenda achter de wetgeving. De Europese Unie kan zich zo’n verlies niet veroorloven.
Neem het voorbeeld van de Sustainability Omnibus. De drang om recente regulering terug te draaien vloeide voort uit de haast waarmee baanbrekende praktijken werden gelanceerd. Zoals elke innovatie dienden nieuwe initiatieven getest en aanvaard te worden voordat ze werden opgelegd. De jacht op resultaten leidde echter niet alleen tot grote verwarring, maar ook tot teleurstelling en de algehele afwijzing van de noodzakelijke omslag. Als gevolg hiervan verving bureaucratie de innovatie; verandering werd uitgesteld; de bereidheid om de noodzakelijke transformatie van bestaande bedrijfspraktijken te aanvaarden nam af.
Zelfs de beste wetgevende initiatieven blijven onduidelijk wanneer ze onvoldoende uitgewerkt zijn en verliezen daarmee hun oorspronkelijk doel. In plaats van de gewenste verandering te ondersteunen, leggen ze vage formele regels op; bovendien maken ze de inbreng van derde partijen noodzakelijk, terwijl hun betrokkenheid naar verluidt extra kosten creëert en de beleidsagenda vertroebelt.
Men kan de drang begrijpen om dingen meteen goed te doen, maar zonder een gedeeld begrip onder de betrokken partijen en zonder consensus bij tenminste bepaalde actoren, kunnen goede intenties de weg plaveien naar ongewenste uitkomsten.
Wanneer wetgevende initiatieven voorbereidend werk minimaliseren en externe consultaties beperken, worden ze later ervaren als een ongewenste last en worden ze breed bestreden. Meer aandacht voor de waarschuwingen die GUBERNA eerder formuleerde, had aanzienlijke hoeveelheden tijd, middelen en toewijding aan verandering bespaard, zowel voor regulatoren als voor marktactoren.
GUBERNA is van mening dat effectieve regelgeving een geleidelijke aanpassing aan nieuwe vereisten vereist, wetenschappelijk gefundeerde onderbouwing en brede consultatie met een ruime kring van stakeholders. Deze principes garanderen een brede aanvaarding van regels die markten willen voorbereiden op een nieuw tijdperk van concurrentievermogen en groei. Wederzijds vertrouwen tussen de betrokken partijen waarborgt het concurrentievermogen van de Europese economie en de vooruitstrevende oriëntatie van haar ondernemingen.
Conclusies
Span uw boog niet voordat uw pijl gereed is
GUBERNA wil ervoor zorgen dat het EU-regelgevend kader deze lessen integreert. De door de Europese Unie voorgestelde maatregelen dienen:
‘Brede participatie van stakeholders’ mogelijk te maken voorafgaand aan beleidsbeslissingen,
‘Soft law-instrumenten’ vaker te integreren om een brede aanvaarding van de gewenste verandering te stimuleren, en pas in een later stadium over te gaan tot harde wetgevingsinstrumenten.
GUBERNA gelooft in participatieve processen als kern van de EU en vertrouwt erop dat de bovengeformuleerde principes de maatregelen zullen sturen die de bedrijfssector van het verenigde Europa aanbelangen.