GUBERNA news

Opinie - Milton Friedman, collateral damage van COVID-19?

04-12-2020

Vijftig jaar geleden, enkele jaren voordat hij de Nobelprijs Economie kreeg, verklaarde Milton Friedman in een beroemd artikel in de New York Times dat de enige maatschappelijke verantwoordelijkheid van een onderneming is om zoveel mogelijk winst te maken. Die theorie uit het kapitalisme is gebaseerd op de suprematie van de aandeelhouder in de vennootschap. In die logica is de aandeelhouder de economische motor van de organisatie, en moet het bedrijf enkel zijn belangen dienen.

Die suprematie van de aandeelhouder in de vennootschap lijkt het coronavirus niet overleefd te hebben. De crisis betekende het einde van het aandeelhouderskapitalisme, dat de laatste tien jaar langzaamaan uitdoofde om plaats te maken voor meer dialoog met de stakeholders, gestoeld op de bestaansreden van de onderneming. Op die manier komen de werelden van emittenten en investeerders beetje bij beetje samen, waardoor in de bedrijfsstrategie meer rekening wordt gehouden met de belangen van alle stakeholders.

Laten we ons beperken tot het citeren van enkele indicatoren van die tendens. De meeste fondsen die in 2019 in België werden verkocht waren ESG-fondsen. Eind juli 2020 droegen 27,5% van de bestaande fondsen in België (met een waarde van zo’n 57 miljard euro) het label ‘Towards Sustainability’. Dat label werd in 2019 uitgewerkt door Febelfin, een koploper in de ‘tracing’ van het maatschappelijk verantwoord investeren (MVI) in Europa. Al even merkwaardig is dat een jaar geleden aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, 181 CEO’s van de grootste bedrijven in de Verenigde Staten opriepen tot ‘stakeholder capitalism. Zoveel mogelijk winst maken ten voordele van de aandeelhouders wordt daarbij op de achtergrond geplaatst.

Hoe doorstaat die nieuwe visie de COVID-test? De pandemie heeft aangetoond dat de echte rol van de onderneming erin bestaat wendbaar en creatief te werk te gaan om tegemoet te komen aan de diverse noden van de stakeholders en dat de winst die ze nodig heeft om te kunnen voortbestaan, voortkomt uit die duurzame waardecreatie. De bedrijfswereld heeft in veel opzichten blijk gegeven van initiatief, vindingrijkheid en solidariteit door oplossingen voor te stellen, zich aan te passen en alles in het werk te stellen om de bevoorrading van de essentiële producten en diensten te blijven verzekeren.

Hoe staat het op financieel vlak? Volgens verschillende studies, waaronder die van de World Business Council for Sustainable Development en de reus BlackRock, kunnen bedrijven zich veerkrachtiger en concurrentiëler door crisissen slaan als ze rekening houden met milieu-, sociale en governancefactoren (MSG). Ze beheersen de risico’s dan immers beter. Volgens de secretaris-generaal van Danone, die onlangs op het VBO kwam spreken over het onderwerp , is het niet alleen een morele of ethische noodzaak, maar ook een echte pragmatische behoefte om talenten te blijven aantrekken en behouden en tegemoet te komen aan de verwachtingen van de investeerders.

Het recht in dit verhaal? In Belgisch recht werd het in aanmerking nemen van de belangen van de verschillende stakeholders onlangs uitgebreid. Dankzij artikel 1:1 in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen kunnen bedrijven andere doelen dan het creëren van waarde voor de aandeelhouders in hun statuten opnemen. Bovendien plaatst de Belgische Corporate Governance Code (Code 2020) duurzame waardecreatie centraal in de strategie van de Belgische beursgenoteerde vennootschappen. Verder promoot de Code een “inclusieve benadering die een evenwicht tot stand brengt tussen de legitieme belangen en verwachtingen van aandeelhouders en andere stakeholders” (Code 2020, 2.1 en 2.2.).

Dankzij dit soepele en responsabiliserende kader heeft bijvoorbeeld de Belgische vennootschap IBA in haar statuten kunnen noteren dat ze in het kader van de uitoefening van haar activiteiten een positieve impact wil hebben op alle stakeholders, met name de patiënten, haar aandeelhouders, haar werknemers, haar klanten, de samenleving en de planeet. Dat is ook de stap die de Franse groep Danone heeft gezet door in mei het statuut van ‘entreprise à mission’ (bedrijf met een missie) aan te nemen.

Om rekening te houden met de belangen van de stakeholders, moet de onderneming met hen in gesprek gaan. Daartoe heeft Danone een missiecomité opgesteld met een tiental vertegenwoordigers van de verschillende stakeholders. Dat adviesorgaan zal de uitvoering opvolgen van het engagement dat Danone is aangegaan. Wanneer we ieders verwachtingen beter kunnen herkennen en kunnen anticiperen op de veranderingen, draagt die collectieve intelligentie bij aan het creëren van duurzame waarde voor alle partijen.

In ons systeem is zo’n flexibele, gezamenlijke en responsabiliserende benadering al mogelijk. Dat systeem streeft de doelstellingen na die de Europese Commissie formuleerde in het kader van haar initiatief inzake duurzame corporate governance, maar is wellicht minder ingrijpend dan de Commissie voor ogen had. Het maakt een evolutieve governance mogelijk, die noodzakelijk is voor een innovatieve en dynamische economie. Door in hun strategie rekening te houden met de belangen van alle stakeholders, zullen ondernemingen kunnen inspelen op de enorme sociale, milieu- en governance-uitdagingen van onze tijd.

 

Sandra Gobert, Executive Director GUBERNA 
Philippe Lambrecht, Bestuurder-secretaris-generaal VBO en professor Financieel Recht en Corporate Governance aan de UCLouvain