“SFPIM- voorzitterschap”: niet Miller is het probleem, wel de benoemingscaroussel.
Sandra Gobert, Executive Director GUBERNA - Instituut voor Bestuurders, zoals gepubliceerd in De Tijd.
Georges-Louis Bouchez kondigde via X aan dat “de MR” Axel Miller benoemt tot voorzitter van de SFPIM. Met als kwalificatie: zijn “recente verleden als politiek kabinetschef”.” Met als hashtag: #MRvoorzitter.
Het debat dat volgde, draait om de persoon: zijn trackrecord, zijn politieke banden, zijn geschiktheid. Begrijpelijk. Maar daar gaat het niet over.
De wet zegt dat de voorzitter van de SFPIM wordt benoemd via koninklijk besluit, op voordracht van de regering, die daarbij moet waken over een aantal onverenigbaarheden, cumul en taalregels maar geen concreet competentieprofiel moet volgen.
In het charter van SFPIM staat evenwel dat de bestuursstructuur “met name is geïnspireerd” op de OESOrichtlijnen voor het goed bestuur van overheidsbedrijven. Volgens die richtlijnen worden overheidsbedrijven als echte ondernemingen bestuurd en gebeurt de benoeming van bestuurders via een onafhankelijk nominatiecomité, op basis van een vooraf gepubliceerd competentieprofiel, met publieke verantwoording en een overheid op arm’slengthafstand. Kandidaten met actieve politieke topfuncties leggen die neer vóór hun benoeming.
Het ziet ernaar uit dat geen van die stappen is doorlopen. Strikt juridisch hoeft dat niet. De wet legt de lat voor een voorzittersbenoeming immers heel laag. Politieke benoemingen blijven zo altijd mogelijk. GUBERNA legde in de studie 'The Belgian State as a Shareholder' (2020) de vinger eerder al op de wonde. Benoemingen in Belgische overheidsbedrijven verlopen structureel via partijlogica. De OESO waarschuwt al twintig jaar voor 'undue political influence': de situatie waarin de scheiding tussen eigenaarsrol, politieke partij en raad van bestuur niet op een geloofwaardige manier wordt gerespecteerd.
Fit and proper
In de financiële sector bestaat het fit- and- proper-principe: elke kandidaat-bestuurder van een bank wordt voorafgaandelijk getoetst op competentie, reputatie én onafhankelijkheid.
In ons memorandum “9 priorities for the governance of impactful state-owned enterprises” (2024) bepleit GUBERNA de toepassing van een vergelijkbaar fit-and proper-principe op alle strategische overheidsbedrijven. Daarbij moeten kandidaat-bestuurders getoetst worden aan de competenties die nodig zijn voor de strategie van het bedrijf. Voor de selectie van de voorzitter ligt de lat hoger: die is bij voorkeur onafhankelijk.
Goed bestuur vraagt drie dingen:
Eén: Een transparante competentiematrix en functieprofiel voor elke topbenoeming.
Twee: Een onafhankelijk nominatiecomité dat, met externe search, geschikte kandidaten zoekt.
Drie: Elke benoeming gebeurt na een grondige fit-en-proper-evaluatie op deskundigheid, integriteit, beschikbaarheid en mogelijke belangenconflicten.
Deze criteria vooraf vastleggen dwingt tot objectiviteit én transparantie.
In andere landen worden deze principes al toegepast. Frankrijk via de Agence des participations de l’État, Quebec via de Caisse de dépôt et placement du Québec. De logica is telkens dezelfde: de staat definieert zijn doelstellingen als aandeelhouder, en laat het bestuur over aan onafhankelijk geselecteerde bestuurders. De SFPIM heeft de ambitie in dat rijtje te staan. Haar eigen charter zegt het.
GUBERNA vraagt geen politieke veroordeling van één persoon. Wij stellen voor dat de Belgische overheid de normen voor goed bestuur naleeft die ze zichzelf heeft opgelegd. Dat is een minimale voorwaarde voor geloofwaardig overheidsaandeelhouderschap.